Oermenselijk

De biologische wortels en evolutie van het menselijk gedrag

  • Home
  • Columns
  • De Boeken
  • Lezingen
  • Over Han Blok

6 Verslaving

november 17, 2014

Beloning en straf

In 2014 werd de verslaving aan het mobieltje een algemeen verschijnsel. En dat ondanks mijn deelname aan de carnavalsoptocht, waarbij kleindochter Laura en ik dat toch heel duidelijk aan de kaak stelden met de sterke tekst
’t Git helemaol nerg’s over”.

Dat wij aan de raarste dingen verslaafd kunnen raken, is niet zozeer een gebrek maar juist het gevolg van een superieur vermogen van ons lerende brein.

Ons brein is er in gespecialiseerd om tot op hoge leeftijd te kunnen blijven leren en in dit opzicht overtreft het dat van alle andere dieren. Hoe het brein kan leren is een fascinerend onderdeel van de breinwetenschap. In hoofdstuk III van “Oermenselijk” wordt een aantal hypothesen voor verschillende werkingsmechanisme beschreven. Het meest voorkomende mechanisme komt er in grote lijnen op neer dat we geneigd zijn dingen die prettig zijn en beloond worden te herhalen en dingen die vervelend zijn te vermijden. Dat we iets als prettig of als beloning ervaren komt door de afscheiding van een paar stofjes, zogenaamde neurotransmitters waarvoor een klein stukje onderin de hersenen buitengewoon gevoelig is. Het betreft hier dopamine en serotonine en de Nucleus accumbens, alias ons genotknobbeltje. Vanuit die kleine kern wordt vervolgens de motivatie aangestuurd om te herhalen. Alle prettige ervaring verloopt via diezelfde stofjes en dat zelfde knobbeltje. Of het nu het eten van een reep chocolade is, een aangename vrijpartij of de herkenning van een bekend gezicht, de biochemische processen en het neurofysiologische circuit zijn altijd hetzelfde en verschillen hoogstens in de hoeveelheid geproduceerd dopamine of de gevoeligheid van het knobbeltje. Dit circuit is bij mensen extreem sterk ontwikkeld zodat we tot op latere leeftijd nog kunnen blijven leren. Maar aan elk voordeel zit ook een nadeel en dat blijkt als ons genotsknobbeltje de leiding overneemt.

Hoe we leren om onprettige dingen te vermijden is overigens een heel ander verhaal. Alleen zeer sterk negatieve ervaringen, zoals hevige pijn, intens vieze smaak en doodsangst of schrik kunnen in één keer voldoende zijn om iets voorgoed af te leren. In het algemeen zijn we voor afwezigheid van beloning vrijwel immuun. Zelfs indien een handeling slechts een heel enkele keer beloond wordt, nemen we talloze mislukkingen zonder beloning op de koop toe. Zonder deze scheve verhouding tussen het effect van belonen en niet belonen zouden we elk leergedrag na een paar mislukte pogingen opgeven. Straffen leidt eerder tot nerveuze stress dan tot het afleren van bepaald gedrag. Zo lang pijn, angst of stress niet te sterk zijn, kunnen we die stress betrekkelijk gemakkelijk verdringen met een positieve ervaring. Iedereen weet dat een kind na een valpartij eenvoudig is te troosten met een snoepje, een kusje of een knuffel van moeder. Nog nooit is een kind gestopt met lopen omdat het een keer is gevallen. Dat is maar goed ook anders zou het leven één groot tranendal zijn.

Het almachtige knobbeltje

Indien het herhalen van een prettige ervaring een dwangmatig karakter krijgt, spreekt men van verslaving. Anders dan bij normaal leergedrag, ontstaat er nu wel een onaangenaam gevoel bij afwezigheid van de herhaling. In veel gevallen is het onaangename gevoel beperkt tot een gemis of een onzekerheid of saaiheid. In ernstiger gevallen ontstaat nervositeit of wordt men chagrijnig en in nog ernstiger gevallen, wordt men ernstig ziek van pijn en hevige depressie. Een onzekerheid of een gevoel van saaiheid laat zich door een bepaald aangeleerd stereotiep gedrag gemakkelijk verdringen. Dan is het een gewoon overspronggedrag, maar door de veelvuldige herhaling wordt de aangename prikkel steeds sterker. Omdat er een zekere gewenning optreedt in het genotsknobbeltje, zodat er steeds meer neurotransmitter nodig is om het te behagen, wordt het steeds moeilijker voor andere belevenissen om dit te evenaren. Behalve door de herhaling kan de prikkeling ook sterker worden door een hogere intensiteit of een sterkere dosis. Het gevolg blijft hetzelfde.

Duimzuigen, sabbelen, nagelbijten, de haren wegstrijken, wippen, schommelen, klikken met een balpen, tikken met de vingers, met de sleutelbos of met een rozenkrans friemelen, zijn veelvoorkomende stereotype gedragin­gen zonder chemische component. Snoepen, roken en drinken hebben behalve het stereotype karakter van het gedrag ook een chemische component. Suiker, nicotine, chocolade, cafeïne, de combinatie van vet en zout zoals in chips en last but not least alcohol zijn allemaal verslavend. De negatieve gevolgen zijn niet gering, maar we kunnen tot op zekere hoogte nog gewoon blijven functioneren. In hoofdstuk VI van “Oermenselijk” heb ik hier al uitgebreid over geschreven. Naar schatting 20% van de bevolking is verslaafd aan snoepen, eten en drinken, circa 10 à 20% aan roken, 10% aan alcohol, 5% aan gokken, 5% aan werk en 2- 8% aan kopen en winkelen, 3 – 6% is verslaafd aan seks. Deze getallen zijn waarschijnlijk van weinig waarde. De definitie van verslaving is rekbaar en waarschijnlijk treedt het grootste deel van de verslaving niet aan het daglicht. In ieder geval is het fenomeen behoorlijk algemeen.

Het meest algemeen, met percentages dicht tegen de 100, is de onschuldige verslaving aan bepaalde trendy stopwoordjes of stereotype uitdrukkingen in de taal. Naast het vloeken en de krachttermen “shit” en “kut” of “fuck”, kunnen we hier de woordjes “uuh”, “dus” en “ja” toe rekenen. De verslaving aan stereotiepe woordjes verloopt in trends. In 2012 was het “Dan heb ik zoiets van…” een ware epidemie. Deze werd in 2013 opgevolgd door “Als je ziet dat…” of “Als je kijkt dat “ en in 2014 groeide het “zeg maar” tot een afschuwelijke repeterende tik in onze spreektaal uit. Het massale gebruik en het stereotiepe karakter bieden zekerheid tijdens het zoeken naar de juiste woorden en zinsbouw, en net als de spreeuwen vluchten we daarmee in de massa.

Daartegenover staat de veel minder algemene verslaving aan drugs. Deze stoffen hebben een dermate sterke invloed op het circuit van dopamine en de nucleus accumbens dat alle andere stimuli er bij in het niet vallen. Er bestaan tegenwoordig enkele tientallen drugs die verschillen in de opgewekte effecten en de neiging tot verslaving. Sommige hoeven zelfs maar één keer te worden ingenomen om een zeer sterke verslaving te doen ontstaan.

In Oktober dit jaar haalden drie personen de krant door te overlijden aan het gebruik van party drugs tijdens het Amsterdam Dance Event. Daarbij bleek dat eigenlijk alle jeugdige bezoekers van dit soort party’s drugs gebruiken. We zijn dus behoorlijk dom bezig.

Stressverslaving

Afgezien van het stereotiepe gebaar, de gemiddelde Nederlander grijpt volgens Trendwatcher Vincent Everts in RTL late night van16 september, 150 keer per dag naar zijn mobieltje, is de informatie die we van het mobieltje krijgen juist niet stereotiep. Het is dus wat anders dan een geruststellend oversprong-gedrag. Dat geldt ook voor onze verslaving aan een krant of aan TV en sociale media. Zonder de voortdurende prikkeling met nieuws of een sociaal contact vervelen we ons dood. De stress van en de opwinding over het nieuwe overkomt ons niet per ongeluk, we zoeken het juist op. Een zekere nieuwsgierigheid en ondernemingslust is gezond en zonder deze eigenschap zou de mensheid zijn blijven steken in een leven dat slechts bestaat uit bessen plukken en noten kraken.

De drang naar nieuwe spanning kan echter bij veel mensen die daar wat gevoelig voor zijn, ernstige vormen aannemen. Bekende voorbeelden zijn de gokverslaving en de verslaving aan computergames. We willen een uitdaging en we willen de spanning en opwinding die daarmee samenhangt. In plaats van een stereotiep oversprong gedrag om een klein beetje stress te compenseren, zoeken we steeds andere en steeds sterkere stress. Vermoedelijk zijn we in al deze gevallen in staat de zelf opgezochte stress door middel van een ontspanning of een prestatie weer tot een positieve ervaring om te zetten. De lol van de spanning is dan de ontspanning die er op volgt. Het is de voortdurende cyclus van spanning en ontspanning die we alleen kunnen volhouden door steeds weer een nieuwe spanning te zoeken. Bij de verslaving aan computergames is het de beloning voor de prestatie en de bevordering naar een hogere moeilijkheidsgraad en dit is ook het geval bij gokken met de fruitautomaat of op de aandelenbeurs en het is ook duidelijk het geval bij sport en bij verslaving aan werken. Er is geen zwart/wit onderscheid te maken tussen een spelletje voor de gezelligheid, topsport en een ernstige verslaving. Het is een glijdende schaal. Zodra we de afwezigheid van de voortdurende prikkeling als dodelijk saai gaan ervaren zijn we aardig op weg naar verslaving. Veel mensen “moeten” de hele dag de radio of TV aan hebben, of muziek in de koptelefoon, moeten voortdurend online zijn om te zien of er iets nieuws is binnen gekomen of moeten voortdurend met Jan en alleman bellen, dan wel whatsappen. Op de snelweg zien we dat veel opgejaagde automobilisten voortdurend de achterbumper van een voorganger moeten bereiken. Het bumperkleven is buitengewoon gevaarlijk en ergerlijk, maar juist daardoor is de spanning zo onweerstaanbaar en is de prestatie van het opzij blazen en inhalen zo’n grote beloning.

Infobesitas

Eén van de gevolgen van verslaving aan de stress van nieuws en nieuwtjes is dat we overvoerd raken met informatie. Hiervoor heeft men de term Infobesitas uitgevonden. Het woord is door een Amerikaanse blogger bedacht en omstreeks 2010 naar Nederland overgewaaid. Het afgelopen jaar belandde het begrip in de TROS Nieuws show op zaterdagmorgen. De vergelijking met obesitas ten gevolge van voortdurend eten en snoepen is in Amerika nogal voor de hand liggend. Infobesitas leidt niet alleen tot een voortdurende situatie van opwinding door nieuwtjes, maar de drang naar meer en nieuw maakt dat we al naar het volgende zappen voordat we het vorige verwerkt hebben. Het lijkt wel alsof we het volgende nieuwtje oproepen om aan de stress van het vorige te ontkomen. Onze aandacht en concentratie voor één onderwerp duurt een paar seconden tot hooguit een paar minuten met als gevolg dat de diepgang van onze kennis beperkt blijft tot minder dan één micrometer. Dit wordt natuurlijk allemaal buitengewoon versterkt door de moderne informatica en media. Afgezien van de geringe diepgang, vergeten we ook bijna alles weer buitengewoon snel. Reclames moeten daarom steeds indringender worden om nog onze aandacht te krijgen. We raken immuun voor spanning en halen de schouders op als het niet sensationeel genoeg is. De media sleuren ons van de ene sensationele hype naar de andere, precies zoals de bumperklever van de ene naar de volgende bumper jaagt en zoals onze lijst met email berichten steeds weer aangroeit.

Dat we alles wat we aan informatie binnenkrijgen vrijwel gelijk weer weggooien en vergeten, is ook geen enkel probleem. We hoeven niets meer te onthouden of als parate kennis in ons hoofd te stampen. Indien nodig, zoeken we het op. We vertrouwen op Google en Internet en de harde schijf in onze PC. Volgens Ivonne van Sark van het bureau voor Jongerencommunicatie YoungWorks leidt het echter ook tot een voortdurende angst om iets te missen, tot vermoeidheid, slapeloosheid, concentratieproblemen en verminderde vaardigheid tot normaal communiceren in gezelschap. Eigenlijk worden we door deze infobesitas dus niet slimmer, niet verstandiger en niet wijzer, om niet te zeggen dat we dommer worden.

Copyright 2023 – Oermenselijk.nl

  • Home
  • Columns
  • De Boeken
  • Lezingen
  • Over Han Blok

Je winkelwagen (items: 0)

Producten in winkelwagen

Product Gegevens Totaal
Subtotaal € 0,00
Verzending en belasting worden bij het afrekenen berekend.
Bekijk mijn winkelwagen
Naar afrekenen

Je winkelwagen is momenteel leeg!

Begin met winkelen